Parel
De glans van parels hangt van de reflectie en de breking van het licht in de doorzichtige lagen af. Naarmate de laagjes dunner en talrijker zijn, is de glans fijner.
Bijna alle parels worden tegenwoordig gekweekt. Hiervoor wordt in de oester een klein korreltje parelmoer gelegd en de parel kan dan na twee jaar geoogst worden. De teelt is door de Japanner Kokichi Mikimoto ontwikkeld en in 1896 gepatenteerd.
De sierwaarde van een parel hangt af van de glans, kleur, grootte, perfectie en symmetrie, waarbij de glans het belangrijkste is. Daarom is een kleine Japanse parel meer waard dan een grote parel uit de Stille Zuidzee. Perfecte parels zijn zeldzaam en worden in ringen verwerkt. Traanvormige parels worden vaak als hanger gebruikt en onregelmatig gevormde in kettingen.
Zwarte parel
Dorgaans is de parel licht van kleur, maar er zijn er ook met een donkere kleur, de zogenaamde zwarte parels. Deze worden door de zwartkleppige pareloester Pinctada margaritifera, die in de Stille Zuidzee leeft, gevormd door de afzetting van een grijze tot zwarte parelmoerstof.
Sinds 1963 worden deze oesters gekweekt. Jonge nog vrijlevende oesterlarven worden gevangen en opgekweekt op mosselgaas. Na drie jaar wordt in de dan volwassen oester een parelmoerkorreltje ingebracht, waarna het nog twee tot drie duurt voordat te zien is of er een parel gevormd wordt.
De bekendste zwarte parel is de Azra. Ze vormt het hart in een ketting van de Russische kroonjuwelen.


